Memorabel Marakei

Vlak voor opstijgen lijkt de kleine vliegtuigcabine een Romeins stoombad. Het zweet dat we afgelopen tien dagen nog niet kwijt waren geraakt, verlaat nu in watervallen ons lichaam. Het doet ons weinig. We zijn gefocust op de wereld buiten het bedompte toestelletje van Air Kiribati. Door beslagen ruitjes zwaaien we nog eenmaal naar onze vrienden van het eiland Marakei. Tien dagen lang deelden zij alles met ons en wij met hen. Vandaag vliegen we terug naar het hoofdeiland Tarawa.   Eenmaal boven Marakei is voor ons het uitzicht definitief veranderd. We zijn niet meer – zoals op de heenweg – enkel betoverd door het natuurschoon onder ons. Natuurlijk, de azuurblauwe lagune omringd door ontelbare palmbomen blijft een fantastisch zicht. Echter, het zijn de mensen die ervoor hebben gezorgd dat we Marakei nooit meer zullen vergeten. Hoewel nauwelijks zichtbaar weten we nu precies waar onder het dikke bladerdek het dorpje Raweai ligt verscholen. Dankzij haar inwoners hebben allerlei plekken in en rond het dorp afgelopen tijd een persoonlijke lading gekregen.       We zien de oceaan en denken terug aan Kaairo de vissersman en Thom samen in een gammel eenpersoonskanootje. We zien het strand en horen in gedachten de 80-jarige vader van Kaairo, Bwanian Taapu, opnieuw het oude zeemanslied zingen. De palmbomen doen ons verlangen naar ‘Coconut Bob’ en zijn mythische verhalen over het ontstaan van het eiland. We zien nog meer groen en vermoeden dat het wel eens de ‘schijtvijvers’ van mevrouw Mwaketaake zouden kunnen zijn. Op vele momenten aten we van haar en anderen de bapai-knollen in de maneaba. Het dorpshuis van Raweai is het enige zichtbare menselijke bouwwerk vanuit het vliegtuig. Het is voor ons een epicentrum van prachtige herinneringen. Vele uren brachten we er al etend, pratend, lachend, dansend en zingend door. Terwijl Rawaei langzaam uit het zicht verdwijnt, staat eergisteren ons helder voor de geest: De maneaba is letterlijk het kloppende hart van het dorp. Ruwe mannenhanden slaan met daverend kabaal ritmisch op een holle houten kist. Het ritme wordt kracht bijgezet met machtig gezang. Eeuwenoude volkssagen worden de maneaba in gespuwd. Maar dat is nog niet alles. Verre van zelfs. Het energieke gezang en geklap zijn niet meer en niet minder dan de begeleiding van drie danseressen. Volledig in trance en vol overgave betoveren zij ons met verfijnde bewegingen van top tot teen, van pols tot pink. Ze dansen net zoals de fregatvogel (het dier in het wapen van Kiribati) boven de oceaan vliegt. Urenlange voorbereidingen komen tot een intens hoogtepunt. In een prachtig boek over dans op Kiribati beschrijft een danseres haar optreden: “There is a kind of ultimate feeling of excitement when the costume touches my skin. It is a kind of exotic feeling that can put any dancer out of control. Sometimes I could hardly control myself when possessed with this kind of inspiration.” (Tony Whincup, Bwai ni Kiribati, 2009).             Hoofdeiland Tarawa verschijnt als een groene slang aan de horizon. Hoewel Marakei inmiddels ruim 70 kilometer achter ons ligt, blijven onze gedachten voorlopig nog daar. Hoe zou het eiland er over 30 jaar uitzien? Leven in en met de natuur is verankerd in het DNA van de eilandbewoners. Weerschommelingen en mogelijke klimaatveranderingen weten de mensen vooralsnog goed op te vangen dankzij de uiteenlopende biodiversiteit, eeuwenoude kennis en onbegrensde onderlinge solidariteit. Het leven lijkt anno 2012 meer dan goed op Marakei. Voor én na de landing duimen we vurig dat dit ook voor komende generaties mogelijk blijft. Op Tarawa is dit leven voor velen reeds verleden tijd. Diederik Veerman  

Add a comment