Bapai

Bapai is het Kiribati woord voor taro, een grote knol die hier tot het basisvoedsel behoort. De grijze kleffe brokken die we al enkele malen bij de vis geserveerd kregen hebben ons nieuwsgierig gemaakt naar de achtergronden van dit grauwe product. Vandaag gaan we dus helemaal ‘in de bapai’. Een vrolijk echtpaar zal ons meenemen naar hun bapai veld en is bereid alle handelingen rond het verzorgen en klaarmaken van de knol voor de camera te demonstreren. We lopen achter hen aan over smalle dijkjes langs de gronden waarin de bapai groeit. Dit zijn geen velden, dit zijn vijvers. Bapai staat graag met de voeten in zoet water. De knollen doen er twee a drie jaar over om volwassen te worden en hebben dan de omvang van een flinke kokosnoot. Het is een sfeervol gebied. De enorme lichtgroene bapaibladeren filteren het zonlicht. We wandelen – zo lijkt het – door een intieme hortus. Mevrouw Mwaketaake verzameld dorre bladeren en duwt ze tussen de wortels van de bapai. De oude heer Mwaketaake trekt de gevlochten palmvezel ceintuurs wat strakker rond de wortels, liefdevol worden gele bladeren verwijderd. Mwaketaake pakt een stok en begint een grote bapai los te wrikken uit de vijver. Een gele modderige reuze knol komt te voorschijn. Die zal straks voor ons gekookt worden. Maar eerst willen we het echtpaar interviewen. Over het belang van de bapai, en over de status van de knol. Gekookte bapai wordt tijdens gezamenlijke maaltijden en vooral bij bruiloften uitgeserveerd als status symbool. Het onderhouden van een veld vereist zorg en aandacht. Dat de eigenaar daartoe in staat is en die kwaliteiten bezit toont hij met het uitdelen van de bapai. Bovendien is het een belangrijk de juiste plek te vinden voor een bapaiveld. Niet te dicht bij zee en niet te diep uitgegraven want dan is het water te brak. Het echtpaar zakt schouder aan schouder neer op een wortelstelsel in de vijver. De vrouw krijgt een microfoontje opgespeld, stemtest, het interview kan beginnen. ‘Kunt u vertellen hoe bapai groeit?’ Jazeker, zegt mevrouw Mwaketaake… en dan gieren onze tolk Claire en het echtpaar het uit. Mevrouw glijdt scheef van het lachen, meneer buldert voorovergebogen en Claire veegt de tranen van haar gezicht. Ze kunnen niet stoppen. Wij staan er wat grijnzend bij. Wat gebeurt hier? Wat is er zo grappig? Claire wil vertalen maar komt niet verder dan hikken. Het duurt even maar dan tussen het gieren en snikken door begrijpen we het: ‘Hoe bapai groeit?’ ‘Doordat we er op schijten’, was het antwoord. Dank u wel mevrouw Mwaketaake. De Kiribati zijn niet alleen de liefste mensen die er bestaan, ze hebben ook humor! Elke keer als we elkaar tegenkomen in het dorp beginnen we weer te gieren. Gein schept een hechte band. Anne-Marie Boer

Add a comment