Met beide voeten op paradijselijke grond

Zo`n heerlijk makende blog over rondspringende dolfijnen, de continue aanvoer van verse vis en kokoswater als frisdrank doet je als Nederlandse lezer vermoeden dat we in het paradijs zijn beland. Hoogste tijd om dit ontstane beeld wat te nuanceren. Vraag nog voordat je op Marakei arriveert reeds vergiffenis aan je rug en heupgewrichten. Ze gaan een heftige tijd tegemoet. In onze hutjes geen  ergononisch verantwoorde Aupings, maar een gevlochten mat van palmbladeren. Dikte: circa 0,3 centimeter. `s Nachts wensen vurig dat we wat meer vet rond de heupen bezitten. Elke ochtend wanen we ons bij het overeind komen tien jaar ouder. Overdag krijgt het lichaam weinig herstelmogelijkheden. Vol bewondering kijken we hoe stokoude mensen voor uren een perfecte kleermakerszit ontspannen volhouden. Wij plankerige, stijve I-Matangs (blanken) geven noodgedwongen en gedesillusioneerd pogingen tot imitatie van deze houding na gemiddeld tien minuten op. Dit lijdt natuurlijk tot hilariteit van de hele maneaba. Op heel Marakei is geen stoel te bekennen. Ook het kleinste kamertje van het eiland biedt geen oplossing. Ons toilet is nou niet bepaald een ruimte geschikt om de leesmap rustig in door te bladeren. Na vijf dagen krijgen we wel handigheid in het binnentreden van de w.c. Belangrijkste les na zonsondergang: kondig je komst aan door op de vloer en in het plafond flink met de zaklamp te schijnen. Krabben onder en de ratten boven maken nederig, maar slechts kortstondig plaats voor ons tweevoeters. Lastig met agressieve diarree dus. In dezelfde ruimte (1×1,5 meter) bevindt zich ook onze douche; een bak waterputwater wacht geduldig op gebruik bovenop een vergeelde viskist. Hetzelfde water dient overigens ook als spoelwater voor het toilet. Ondanks dit gaan Anne-Marie en ik veelal met grote vreugde naar deze zelfbedieningsstortbak. In korte tijd bouwen we beide een enorme liefde op voor een klein varkentje dat pal naast de ‘sanitaire unit’ ligt vastgebonden. Zijn veelal bescheiden geknor ervaren we als snel als welkome achtergrondmuziek. Wat produceert dit varkentje (we hebben hem gedoopt als ‘Holland’) ontzettende fijne geluiden vergeleken met sommige menselijke dorpsbewoners. Het dieptepunt bereiken we in nacht vier. De buurman, die blijkbaar niet kan slapen, zoekt zijn heil in het knalhard afspelen van een stoffige cd boordevol psalmliederen door een elektronisch orgel in een toonladder die absoluut niet de onze kan zijn. Het orenkwellende geluid start rond twaalf en eindigt zes uur later bij zonsopgang. Verlost van deze auditieve marteling en met een enorme berg slaaptekort begint een volgende dag. Reeds om half zeven schijnt de zon ongenadig hard. Alleen al het tellen van nieuw ontstane doorligplekken creëert zweettsunami`s over ons hele lichaam. Gelukkig staat het ontbijt al klaar: rauwe vis en oploskoffie. Diederik Veerman

Add a comment