Another day at the office

    Vandaag gaan we mee vissen op zee. Alle mannen in het dorp zijn vissers en er wordt elke dag gevist. Dat gebeurt op veel manieren. Jongens gooien bij eb vanaf het strand met een elegante, brede worp een lang, smal net in zee. Ze lopen daarna direct de golven in om het net weer op te pakken en te controleren op vis. De vangst is klein en ook de vissen zijn klein. Maar na tien keer werpen is er een maaltje bijeen gevist. Lange, smalle netten worden ook ’s avonds uitgezet in de lagune, het grote binnenmeer van ons eiland. Het is een open meer met op twee plekken doorgang naar zee dus met de getijden komt het verse zeewater binnen. De netten van de avond worden ’s ochtends vroeg gecontroleerd. Ook hier is de vangst precies genoeg voor een gezinsontbijt. We kijken onze ogen uit op de diversiteit van die vangst. Blauw gestreepte en geelgeruite vissen, melkwitte en gesluierde exemplaren, het hele tropisch aquarium komt voorbij. Gisterochtend zetten we onze tanden in een barracuda en gisteravond in een reuze kreeft. Maar vandaag gaan we dus de zee op, vissen met de lijn. Wij, de museumploeg in een motorsloepje, omringd door vijf vissers in hun uitleggers, super smalle kano’s met een balk langszij voor het evenwicht. We zitten dik onder de zonnebrand factor 50 en houden zoveel mogelijk vlees bedekt want dit wordt sudderen aan de evenaar. Onze bootsman draagt een hoed van palmblad. Prachtig, die willen we wel voor de tentoonstelling. Hij beloofd er een paar te laten maken. Maar deze houdt hij vandaag gewoon op.   We varen aanvankelijk op afstand van de kano’s om hun vangst niet te verstoren. Maar al snel zien we in de verte dat er wordt opgehaald. We tuffen er heen en Thom filmt de eerste vis aan de lijn. De vangst wordt direct klein gesneden tot stukjes aas; één vis voor veel vis. Vanaf de andere kano’s wordt geschreeuwd en ook daar gaat het goed. Lijn na lijn gaat neer en weer op. Het is allemaal heel kleinschalig. Thom, die ooit als student een jaar lang bootmodellen inventariseerde en beschreef in het Leidse Volkenkundig Museum, kan niet meer ophouden met filmen. Hij geniet. Ver hangend uit de boot legt hij het scheren door het water van de uitleggers vast. Hij filmt de lijntjes die enkel om de grote teen geslagen, worden vastgehouden, de vishaken, en de groeiende berg vis in de manden. En dan uit hij zijn diepste wens: hij wil samen met zijn camera op een uitlegger kano zitten. Doe het niet Thom! Dit is mooi genoeg Thom! Jij, je camera of jullie allebei belanden in het sop. We zijn stellig. Thom ook. Kaairo, een tanige visser, ziet ons redeneren en knikt naar Thom. Hij brengt zijn kano langszij. Thom geeft ons de filmcamera en klautert beheerst op de rand van de kano. Dan laat hij zijn achterwerk langzaam zakken en zit als op de bagagedrager van een fiets met zijn benen buitenboord. Hij pakt de camera aan en richt op Kaairo. Ze grinniken allebei. Niemand haalt adem of beweegt. Wat een balans. Als Thom naar genoegen heeft buiten gespeeld, hijsen we eerst de camera en dan hem weer aan boord. Kaairo blijft vlak naast ons want nu mag hij voor de camera zijn verhaal doen.             Hij vertelt dat dit zijn leven is, dat dit is wat hij kan en dat hij zo zijn gezin onderhoudt. ‘Verandert er nooit iets Kaairo?’ ‘Jawel, de zon lijkt steeds warmer te worden en er zijn soms weinig vissen en soms veel. De seizoenen zijn anders dan vroeger, Het regent nu al heftig, dat is eigenlijk te vroeg.’ ‘Je president vertelt aan de wereld dat jullie land, Kiribati, bedreigt wordt door de veranderingen van het klimaat. Wat vind jij daarvan Kaairo? ‘Ik weet dat hij dat zegt, dat verontrust me, antwoord Kaairo, maar wat kan ik er aan doen? Ik ga vissen, dagelijks voedsel halen voor mijn gezin en mijn ouders dat is wat ik kan doen. Zo leef ik.’ Kaairo steekt plotseling zijn hand op en wijst: ‘Kijk daar, heel ver weg, die ruggen en vinnen…’ We schieten allemaal overeind in het sloepje. Dolfijnen. Ze verdwijnen en duiken dicht bij ons bootje weer op, vijf, zes, ruggen komen boven. Eén springt hoger. Ze zwemmen naast ons. Wat is dit geweldig. Ik staar in trance. Zo stil als ze kwamen, verdwijnen ze weer. We zijn opgetogen en jolig, we willen ook het water in. Camera in de waterdichte zak, hoeden en brillen af, daar gaan we. Thom en Diederik grijpen hun snorkels. Ik ga aan het touw van de boot hangen en laat me een eind meedrijven. Diederik duikt op en roept: ‘fijne baan hebben we’. We moeten allebei lachen: ‘another day at the office…’ Anne-Marie Boer      

Add a comment