De weg van het water

Vandaag de starten we met de filmopnamen in Nederland. De volgende stap voor onze nieuwe tentoonstelling Klimaatverhalen in het Museon. In het laaggelegen gebied rond het Museon en in Delfland willen we deze zomer de gevolgen van de klimaatveranderingen in Nederland gaan vangen in verhalen. En in beeld natuurlijk. De camera is schoongemaakt, het Afrikaanse stof is verwijderd en de accu weer opgeladen. Het verschil met Kenia is groot. De Samburu, de herders uit het noorden van Kenia, worden allemaal heel direct geconfronteerd met droogte en de steeds kortere hersteltijd tussen twee perioden van droogte. Hier, in Nederland maken wij, burgers, ons niet dagelijks zorgen om de stijgende zeespiegel, de verzilting van de grond of verdroging van de dijken. We rekenen op onze experts en bestuurders, die houden de waterstand en uitdroging wel in de gaten en nemen zonodig maatregelen. Voor ons eerste verhaal volgen we de weg van het regenwater vanuit het Delfse achterland naar zee. Hoe houden we in dit laag gelegen gebied het grondwater op peil maar de voeten droog? Onze eerste expert vandaag is Anton Wevers, de beheerder van gemaal Schouten op Scheveningen. Hij staat al te wachten als we komen aanfietsen. Zijn halve werkzame leven bracht hij door als beheerder van dit gemaal. Hij kent de pompen, de schuiven en hun geluiden zoals een naaister haar naaimachine kent. ‘Ik zal jullie laten zien hoe we water naar de zee pompen als er te veel regen valt.’ Stralend kijkt Anton in de camera en vertelt hoe hij vroeger een veldbed in het gemaal plaatste als de radio slecht weer voorspeldde. Hij sliep naast de knoppen om onmiddellijk te kunnen ingrijpen door de gemaaldeuren open te zetten. Nu houdt de controlekamer van het Hoogheemraadschap in Vlaardingen de stand van het water in de gaten. Anton hoort van hen of hij moet bijspringen. Op naar Vlaardingen dus . We komen terecht in een kantoorkamer volgestouwd met monitoren. Indrukwekkend hoe het hele gebied van Hoogheemraadschap Delfland nauwkeurig in kaart is gebracht. Elke sloot, sluis, buis en iedere plas wordt ‘gemonitort’. Jan Dragt en zijn collega’s ontwerpen zelf computerprogramma’s die de gegevens uit al die sloten en sluizen direct vertalen in groene en rode, veilige en gevaarlijke signalen. We kunnen het niet laten om naar de randen van het gevaar te vragen. ‘Wat gebeurt er Jan, als het een week keihard regent en de computers vallen uit…?’ ‘We hebben overal mensen in het veld die gewoon met hun eigen ogen de situatie in de gaten houden. En dan bellen we met de sluizen en gemalen. Maak je geen zorgen.’ Oef, gelukkig. Ik ga morgen mijn achterstallige waterschapsbelasting overmaken! Anne-Marie Boer

Add a comment