Stoombad in de savanne

Het geluid bij een watertank is meer dan halfvolle jerrycans, mompelende vrouwen en balkende ezels. Je hoort ook zoemende bijen die de dorst lessen in kleine plasjes rondom de kraan. Door de toenemende droogte verandert de flora en fauna. Vroeger waren er in het dal talloze bijenkorven. In opdracht van de koningin vlogen haar werkbijen af en aan. Er waren bloemen genoeg. De Samburu gebruikten de honing als middel tegen ontstekingen en als basisingrediënt voor het lokale honingbier. Door de droogte zijn er tegenwoordig steeds minder bloemen. Gevolg aan het eind van de keten: er wordt minder honingbier gedronken. De lokale markt op woensdag is een goede graadmeter wat nog wel en niet meer in gebruik is. Op de markt lopen drie moran met een stok die omwikkelt is met donkere kneedgum. De krijgers zijn vorige week besneden. Een pijnlijke, maar trotse gebeurtenis in het leven van de Samburu-man. Op de stok zit ‘silalei’; een soort kauwgum dat helpt de pijn beter te verdragen en bovendien ook nog lekker ruikt. Verderop op de markt horen we over ‘lansaramat’. De plant groeit en bloeit in de hooglanden, ruim 200 kilometer noordelijker. De wortels van de plant schijnen effectief te zijn tegen malaria. Vooralsnog hebben we geen reden om de wortels daar uit te gaan graven. We zijn nog steeds gezond. Lopend terug van markt naar manyatta ontdekken we aloë vera in het landschap. Het is blijkbaar nog steeds goed bestand tegen de toenemende droogte. Wellicht schuilt de grootste bedreiging nog in het Zwitserse bedrijf dat patent heeft gekocht op nagenoeg alle aloë vera in Samburuland. Het is gek, de wereld van juridische claims, maatpakken en gerechtsgebouwen is hier zo ver vandaan. De Samburu kennen geen octrooien of patenten op hun kennis van de natuur. In plaats van afschermen wordt er hier gedeeld. Ervaren krijgers nemen jonge jongens mee op sleeptouw, moeders vertellen hun (schoon)dochters hoe wat te bereiden. Als we terug in de manyatta zijn, lopen we direct door naar de buren. Het geluid van gejoel en gekrijs verraad dat we een ‘kinderopvang’ betreden. Nalparakuo Lendolkujuka, een jonge vrouw van 23 jaar, past op alle negen kinderen van deze manyatta. De rest van de vrouwen is op de markt. Eén van de jongste kinderen heeft last van ademhalingsproblemen. We zien nu de Samburu-natuurapotheek in de praktijk. In een klein, donker hutje bereidt Nalparakuo een stoombad voor het jongetje van amper 1,5 jaar oud. Op de hellingen rond de manyatta groeit ‘lakirdingei’. Gekookt hebben de wortels van de plant een heilzame werking. De damp van het kookvocht blijkt effectief tegen verkoudheid en infecties. Vol bewondering kijken we hoe Nalparakuo het prutje gereed maakt. We zijn, naast de werking van ‘lakirdingei’ plant, minstens zo onder de indruk van deze jonge vrouw. Nalparakuo heeft alles onder de controle. De manyatta is haar basiskamp, alle huisraad als expeditieuitrusting om haar heen. Feilloos bereidt ze het stoombad, liefdevol troost ze haar kind. Het stoombad in de savanne blijkt te werken. Het jongetje stopt met huilen, ademt vrijer en valt later op de rug van zijn moeder in slaap. Nalparakuo wacht geduldig, maar alert op de komst van de andere vrouwen. Wij wachten tevreden met haar mee. Met Nalparakuo binnen de gelederen lijkt de toekomst van deze groep Samburu direct rooskleuriger. Diederik Veerman en Anne-Marie Boer

Add a comment