Oerkledij en Samburu-hiphop

Onze jeep slingert alle kanten op. We rijden door stoffige greppels en opgedroogde rivierbeddingen. We zijn op weg naar Nkura, een mythische berg voor de Samburu. In tijden van ernstige droogte gaat men naar de top om daar koeienmelk aan god Nkai te offeren. Hopelijk hoort Nkai hun gebeden en daalt regen spoedig op hen neer. Regen is hier heilig. Niet voor niets wordt het met dezelfde benaming als god aangeduid. Nkai is god én regen. De laatste keer dat de Samburu echt naar de berg Nkura op bedevaart gingen, was 2,5 jaar geleden. In 2009 doolden de Samburu en hun vee door een enorme zandbak op zoek naar water dat er niet is. Hoe sterk is het geloof van de mens in god om totaal uitgedroogd de laatste druppels voedzame melk te offeren? Voor de Samburu is koeienmelk iets van bijzondere waarde. Het oorsprongsverhaal wilt dat god Nkai eerst de man schiep, toen zijn koe vanuit de hemel neer liet dalen, om tenslotte kinderen te boetseren. Over vrouwen en hun rol in het geheel wordt niet gesproken. Wel horen we dat vooral zij degene zijn die tijdens de droogte de berg beklimmen. Terwijl we nu in het kielzog van twee vrouwen ons een weg naar boven banen, zoeken we naar sporen uit het recente verleden. Hoe zag Nkura eruit in 2009? De vrouwen die de berg toen beklommen, droegen dierenhuiden als kleding. Katoenen en synthetische stoffen bleven achter in de manyatta. Zoals de voorouders zich kleedden, zo gaat men nu anno 21ste eeuw nog steeds naar boven. De Samburu zijn ervan overtuigd dat als god Nkai van bovenaf op hen neerkijkt, het wilt zien hoe de mens zich in oerkledij omhoog beweegt. De berg Nkura zal in 2009 ook rood gekleurd zijn geweest. Geen bloed, maar afkomstig van het rode oker dat de Samburu massaal op hoofd en halssieraden aanbrengen. Op de berg wordt de offermelk niet alleen bij de grote rots op de top tevoorschijn gehaald. Ook bij een enorme boom en geultjes waar ooit water stroomde wordt er geofferd en gezongen. “God of Nkura, give us rain, both for animals and human being”, zo vertaalt onze tolk Joseph het lied dat in een eindeloze repetitie op de berghelling klinkt. Toeval of niet, een dag later krijgen we kort en krachtig wat regen. Nkai is eventjes vanuit de hemel op ons neergedaald. Op een paar kilometer van de berg Nkura ligt het plaatsje Wamba. Door de hoofdstraat van Wamba dreunen zware bastonen. Reggae, hiphop en traditionele Samburu-sounds volgen elkaar in rap tempo op. Na de grote droogte van 2009 kwam er niet alleen de langverwachte regen, het plaatsje Wamba kreeg ook elektriciteit. Tijdens onze eerste dagen ontmoeten we in een zijstraatje de SaGA-groep, een groep jonge creatievelingen met een ideaal (SaGA: SAmburu Group Artists). Voor hen is niet een heilige berg, maar het stopcontact de oplossing om met de toenemende droogtes om te gaan. In plaats van Nkura te beklimmen of dagenlang over de kurkdroge savanne te lopen, maakt SaGA muziek, dans en internet toegankelijk voor de inwoners van Wamba. We zijn blij verrast over hun ambities en organiseren samen met hen een feest in de plaatselijke kroeg. Wij vragen toestemming van de burgemeester, zij maken flyers, regelen apparatuur en huren twee soldaten in voor de beveiliging. Het feest is er echter nooit gekomen.  Enkele uren voor aanvang, valt de stroom uit… Het spanningsnet is hier in Noord-Kenia nog verre van optimaal. Uiteindelijk geeft de SaGA-groep ons vele dagen later alsnog een demonstratie. Op een binnenplaats spuwen provisorische speakers schelle geluiden, een stortvloed aan vage hiphopsamples en te hoge tonen. Onze oren piepen van dit elektronisch allegaartje. Toch is het prachtig om te ontdekken hoe jongeren hier op creatieve wijze en met plezier aan de droogte proberen te ontsnappen. Alles begint met dromen, later volgt de rest.

Add a comment