Vuurbewakers en Samburu-krijgers

Naar de markt met mijnheer Kosen. Hij heeft niets te kopen of te verkopen maar er moet een vergaderafspraak gemaakt worden met de oude heren van de gemeenschap, of zoals de Samburu hen noemen ‘de mannen die het vuur bewaken’. Het zijn deze vuurbewakers die alle belangrijke beslissingen nemen voor de gemeenschap. Op de markt rondlopen is de krant lezen: Kosen drukt veel handen en hoort nieuwtjes. De oude heren zullen volgende week vergaderen want dat is wat de blanke bezoekers willen filmen. Als we terug komen op het woonerf, de manyata, staan daar twee fantastisch uitgedoste jongens, nonchalant leunend op stok en speer. Wow, dit zijn dus de ‘moran’, de Samburu-krijgers. Alle jongens zijn veertien jaar lang krijger. Ze kleden zich kleurrijk, dragen kettingen, armbanden en oorbellen, maken hun haar op en steken er veren of desnoods kunstbloemen in. Ze lopen stoer, lachen (bijna) niet, maar verleiden de meisjes en vechten als dat nodig is. ‘Onze’ moran, Lemasio, is de zoon van de zus van mijnheer Kosen. Samen met zijn vriend is hij bij zijn moeder op de thee. Morans mogen nooit alleen thee drinken. Eten gebeurt ook samen en moet altijd buiten het gezichtsveld van elke vrouw. Lemasio wil –heel terughoudend- wel een beetje met ons praten. Naar school gaan heeft hij nooit gedaan. Hij wordt herder en alles wat daarvoor nodig is, beheerst hij. Zijn grootmoeder verderop onder een boom roept: ‘school is voor arme mensen’. De moran lacht. Anne-Marie Boer en Diederik Veerman

Add a comment