Water en suiker

Twee dagen zijn we nu in Nairobi, de hoofdstad van Kenia. Het lijkt een week. We spraken met twee journalisten, kochten simkaarten en internettoegang, trokken vele duizenden Keniase shillingen uit de muur, aten twee keer Indiaas, reden uren met chauffeur James door de stad en aaiden een giraf in een giraffenopvanghuis. We gingen langs bij het kantoor van Cordaid om de laatste details van onze reis naar het noorden te bespreken, de tolk, de chauffeur, de route, de rijtijden; het is allemaal geregeld. Gistermiddag hakten we de knoop door over ons onderdak bij de Samburu, het volk waar we gaan logeren. We huurden twee tenten en drie mottige matrasjes die we zullen opzetten in de ‘kraal’ van onze gastfamilie. Het plan is dichtbij de mensen te leven. Daar gaan we dus voor. De tenten werden onder leiding van de verhuurder uitgeprobeerd in de tuin van het hostel. Vanmorgen kochten we tot slot levensmiddelen in een gigantische supermarkt: 55 liter water (en een trechter om vanuit de grote flessen onze kleintjes te vullen) spaghetti, blikken bonen, tonijn en tomatensoep. En om te delen met de gastfamilie 6 kilo suiker en 10 kilo maïsmeel voor de traditionele ugali, een stevige pap. Alles is nu in de landcruiser geladen, de tenten gaan morgenvroeg op het dak. Want dan gaat het echte werk beginnen, dan reizen we naar Samburuland. Precies op tijd volgens de ingewijden, het ceremonieseizoen is in volle gang. Anne-Marie Boer

Add a comment